Het koningklijk besluit over drones werd gepubliceerd op 15 april 2016 en is van kracht sinds 25 april 2016. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen recreatief en niet-recreatief gebruik, het niet-recreatief gebruik wordt verder onderverdeeld in klasse 1a, klasse 1b en klasse 2.

De volgende informatie werd overgenomen van de website van FOD Mobiliteit, u kan dit in detail nalezen op de volgende website: http://mobilit.belgium.be/nl/luchtvaart/drones

schema_drones

Klasse 1

Bij klasse 1 gelden de volgende voorschriften.

  • De drone heeft een maximale opstijgmassa van niet meer dan 150 kg.
  • De piloot moet minimum 18 jaar zijn.
  • De drone mag niet hoger vliegen dan een hoogte van 300ft (ongeveer 90m) boven de grond.
  • De vlucht mag niet uitgevoerd worden in gecontroleerd luchtruim.
  • Zonder voorafgaande toelating van het DGLV mogen er geen vluchten plaatsvinden boven steden en gemeenten.
  • Zonder voorafgaande toelating van het DGLV, mag de drone niet personen of dieren overvliegen.
  • De drone moet steeds binnen het visueel zichtbereik van de piloot blijven of van een van de twee waarnemers.
  • De piloot moet slagen voor een examen theorie met de volgende onderwerpen:
    • luchtvaartregelgeving en ATC procedures;
    • menselijke prestaties en limieten;
    • meteorologie;
    • communicatie.
    • Voor een lijst met scholen kan u contact opnemen met BeUAS.
  • Elke houder van een pilotenvergunning die beantwoordt aan de regelgeving EASA Part-FCL (LAPL, PPL, CPL, ATPL) die geldig is, is vrijgesteld van het examen theorie af te leggen bij het DGLV. De houder dient wel een kopie van de geldige vergunning over te maken aan de examinator tijdens de praktijktest.
  • De piloot dient te slagen voor een praktijktest in aanwezigheid van een examinator aangeduid door het DGLV op een door het DGLV erkend terrein.
  • De piloot moet in het bezit zijn van een vergunning van afstandspiloot met de vereiste bekwaamheden.
  • De piloot moet in het bezit zijn van ten minste een geldig medisch certificaat LAPL.
  • De piloot moet op elk moment de algemene veiligheidsmaatregelen respecteren.
  • De piloot moet in het bezit zijn van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid die de luchtvaartactiviteit en het gebruik van afstandbestuurde luchtvaartuigen dekt.
  • De piloot of de exploitant moet een operationeel handboek opstellen dat onder andere een risicoanalyse bevat van de beoogde missie of van het type beoogde missies.
  • De drone moet geregistreerd zijn bij het DGLV.
  • Als de drone gebruikt wordt in de nabijheid van personen of dicht bij een obstakel, dan dient de exploitatie ervan te beantwoorden aan de vereisten van klasse 1a.

De risicoanalyse bepaalt of de activiteit geklasseerd is als klasse 1a of klasse 1b.

  • Een activiteit die wordt geëvalueerd als ‘verhoogd risico’ wordt geklasseerd als een activiteit van klasse 1a. De piloot dient te beschikken over een toelating van het DGLV.
  • Een activiteit die wordt geëvalueerd als ‘matig risico’, wordt geklasseerd als een activiteit van klasse 1b. In dit geval dient de piloot te beschikken over een verklaring.

Bijkomende vereisten voor klasse 1a

Voor elk type vluchtuitvoering van klasse 1a, die een niveau van verhoogd risico inhoud, moet de exploitant voldoen aan de volgende bijkomende vereisten :

Na analyse van de aanvraag laat het DGLV de vluchtuitvoering toe of weigert ze. Het DGLV  kan, indien nodig, bijkomende informatie opvragen teneinde het aanvraagdossier verder te vervolledigen.

De vluchtuitvoeringen mogen pas starten na ontvangst van de toelating van het DGLV.

Voor elke vluchtuitvoering zelf dient een notificatie gestuurd te worden aan het DGLV met vermelding van tenminste de locatie, datum en moment van de vluchtuitvoering en met de naam van de piloot en van het registratiekenmerk van de drone.

Bijkomende vereisten voor klasse 1b

Voor elk type vluchtuitvoering van klasse 1b dat een niveau van gematigd risico inhoud, moet de exploitant een verklaring van vluchtuitvoering bezorgen aan het DGLV ten minste 10 dagen vóór de eerste vluchtuitvoering. De vluchtuitvoeringen mogen pas starten na ontvangst van het bewijs van ontvangst opgestuurd door het DGLV.

Voor elke vluchtuitvoering zelf dient een notificatie gestuurd te worden aan het DGLV met vermelding van tenminste de locatie, datum en moment van de vluchtuitvoering en met de naam van de piloot en van het registratiekenmerk van de drone.

Klasse 2

  • De drone heeft een maximale opstijgmassa van minder dan 5 kg.
  • De piloot moet minimum 16 jaar zijn.
  • De drone mag niet hoger vliegen dan een hoogte van 150 ft (45m) boven de grond.
  • De vlucht mag niet uitgevoerd worden in gecontroleerd luchtruim.
  • De vlucht mag niet uitgevoerd worden boven of in steden of gemeenten.
  • De drone mag geen personen of dieren overvliegen.
  • De drone moet steeds binnen het visueel zichtbereik van de piloot blijven.
  • De piloot moet kunnen aantonen dat een theorieopleiding gevolgd werd voor de volgende onderwerpen:
    • luchtvaartregelgeving;
    • meteorologie;
    • navigatie;
    • technologie van het luchtvaartuig
    • Regelgeving rond bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
    • Voor een lijst met scholen kan u contact opnemen met BeUAS.

Elke houder van een pilotenvergunning die beantwoordt aan de regelgeving EASA Part-FCL (LAPL, PPL, CPL, ATPL) die geldig is, is vrijgesteld van het volgen van deze opleiding. De houder dient wel een kopie van de geldige vergunning over te maken aan de examinator tijdens de praktijktest.

  • De piloot dient te slagen voor een praktijktest in aanwezigheid van een examinator aangeduid door het DGLV op een door het DGLV erkend terrein.
  • De piloot moet op elk moment de algemene veiligheidsmaatregelen respecteren.
  • De piloot moet in het bezit zijn van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid die de luchtvaartactiviteit en het gebruik van afstandbestuurde luchtvaartuigen dekt.
  • De drone moet geregistreerd zijn bij het DGLV.
  • Als de drone gebruikt wordt buiten de limieten opgelegd door klasse 2, dient de exploitatie ervan te beantwoorden aan de vereisten van klasse 1.

De volledige publicatie